Salarisprofs

Het schaamdoekje van de werkkostenregeling

Han Bakker 24-4-2012 11:22
Categorieën: Loon- en premieheffing

Vorige keer stak ik, mede onder invloed van het prachtige lenteweer, een positief verhaal af over het geniale idee van de wetgever om in de werkkostenregeling een centrale plek in te ruimen voor de werkplek. Een goede vriend verdacht mij na lezing echter van sarcasme en beschuldigde mij van goedkope scoringsdrift. “Want”, zo zei hij, “op ieder criterium valt wel wat aan te merken.”

Daar sta je dan met je goede gedrag. Schrijf je eens een keer een positief verhaal, is het weer niet goed. Uiteraard ontkende ik zijn beschuldiging met kracht: in de eerste plaats was ik helemaal niet sarcastisch geweest, in de tweede plaats kwam het door het prachtige lenteweer en in de derde plaats, kom op zeg, hoe kun je over dit criterium nou niet sarcastisch zijn!

Dus ik geef het toe: ik vind de werkplek als criterium voor (on)belastbaarheid helemaal niets. In wezen is de functie van de werkplek niets anders dan die van een schaamdoek. Een schaamdoek, om het ridicule van het uitgangspunt van de werkkostenregeling dat alles loon is, enigszins te verhullen.

Want door het nieuwe, ruimere loonbegrip van de werkkostenregeling valt de gehele inrichting van de werkplek onder het loonbegrip. Bureau, bureaustoel, vaste telefoon, vaste computer, stoel voor bezoekers, pen, papier, paperclips enzovoort: al deze zaken worden in principe tot het loon van de werknemer gerekend. Maar hoera, omdat deze zaken de werknemer op zijn werkplek ter beschikking worden gesteld, wordt de waarde ervan op nihil gesteld en kan heffing dus achterwege blijven. Let wel: de inrichting van de werkplek wordt niet van het loonbegrip uitgezonderd; alleen de waarde ervan wordt op nul gesteld. In principe wordt het door de wetgever dus gewoon als loon aangemerkt.

Met deze opvatting is het aloude uitgangspunt verlaten, dat vergoedingen en verstrekkingen die naar maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren, niet tot het loon worden gerekend. De bij dat uitgangspunt behorende uitzonderingsbepalingen zijn bij de invoering van de werkkostenregeling dan ook uit de Wet op de Loonbelasting geschrapt. In plaats daarvan moeten we het doen met gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen: een principieel andere kijk op de zaak dus.

Een rare kijk ook, want als de inrichting van de werkplek in principe tot het loon van de werknemer behoort, dan valt daar bijvoorbeeld ook het gebruik van het toilet en het toiletpapier onder. Ik zie het al voor me: de werknemer moet het gebruik van het toilet in principe melden aan de loonadministratie, met inbegrip van informatie over de hoeveelheid gebruikte velletjes toiletpapier, zodat het voordeel van de voorziening tot zijn loon kan worden gerekend. Ik kan de schijtlolligheden al horen! O nee, hoera, de gang naar de loonadministratie kan gelukkig achterwege blijven, want er is sprake van een nihilwaardering. Wat een opluchting!

De nihilwaardering voorkomt dus dat het zich ontlasten belast wordt. Het is te gek voor woorden, want wie in hemelsnaam beschouwt het gebruik van een toilet en van toiletpapier nu als beloning voor zijn werkzaamheden? Ja, in derdewereldlanden misschien: “Hoera, dankzij mijn dienstbetrekking hoef ik mijn behoeften niet langer langs de kant van de weg te doen!”, maar toch niet in ons ontwikkelde Nederland?

Maar zoals gezegd denkt de wetgever die ons de Werkkostenregeling bracht, daar toch anders over. Het is alleen aan de aan de werkplek verbonden nihilwaardering te danken dat we ons niet hoeven te schamen ten opzichte van de ons omringende landen. En voor onze collega’s van de loonadministratie. Het werkplekcriterium als schaamdoek dus.

Overigens, als de werkplek geen toiletvoorziening heeft en je als werknemer dus noodgedwongen naar buiten moet om daar ergens wild te gaan plassen, eh ik bedoel, te gaan wildplassen, weet dan dat de eventuele boete die je daarvoor van de plaatselijke veldwachter krijgt en die door de werkgever vergoed wordt, door hem niet als werkkostenloon kan worden aangemerkt. Vergoedingen van boetes vallen namelijk buiten de werkkostenregeling. Dat wil zeggen: boetes die een Nederlandse autoriteit oplegt. Door de werkgever vergoede boetes van een buitenlandse autoriteit vallen weer niet onder de uitzondering en kunnen dus wel door de werkgever als werkkostenloon worden aangemerkt, en eventueel in diens vrije ruimte worden geplaatst.

Met andere woorden: voor de werkkostenregeling is niet alleen de werkplek van de werknemer van belang, maar ook die van de boete-opleggende autoriteit. Werknemers in de grensstreek met hoge nood en zonder toilet op de werkplek weten dus wat hun te doen staat! Kan het nog gekker?

Ja hoor, dat kan. Zo valt de werkruimte in de woning van de werknemer nadrukkelijk niet onder de definitie van werkplek. Dat betekent dat een printer van de zaak die door de werknemer thuis wordt gebruikt om alvast de notulen van het werkoverleg van die middag uit te printen (hoe loffelijk ook), belast is. Maar als het printen de volgende dag op kantoor gebeurt, is het onbelast. Hoe dit past in het door de overheid zo gepropageerde Nieuwe Werken (meer thuis werken, minder files) weet overigens niemand.

Het werkplekcriterium bedekt dus niet alle ridicule gevolgen van het nieuwe, ruimere loonbegrip van de werkkostenregeling. Goed beschouwd is de schaamdoek dus aan de (te) kleine kant. Een schaamdoekje dus.

Nou ben ik geen principieel tegenstander van schaamdoekjes, maar ik vind wel dat het bij je moet passen. Ik bedoel, bij een mooie nachtclubdanseres zeg ik ja, bij onze Minister van Financiën zeg ik nee. Onze fiscale spelregels moeten gewoon voldoende aangekleed zijn. Goede wetgeving behoeft geen schaamdoek.

Han Bakker – MBZ Consultancy


Voor meer blogs van Han Bakker, klik hier

U kunt alleen op dit artikel reageren indien u bent ingelogd

Ideale werving en selectie voor de salarisadministratie

 

Al 10 jaar lang dé partner binnen salarisadministratie

Met opleidingen helpen we salarisprocessen te verbeteren