Salarisprofs

Nooit meer van Duitsland verliezen

Han Bakker 28-8-2012 9:23
Categorieën: Loon- en premieheffing
In deze economisch barre tijden zie je het ene faillissement na het andere voorbijkomen. Zo’n beetje elk onderdeel van het bedrijfsleven wordt geraakt door de crisis. Ondernemers kunnen het niet meer bolwerken en zwichten onder de druk van de bankencrisis, eurocrisis, schuldencrisis of hoe je het ook maar wilt noemen.

Maar niet alleen ondernemers gaan aan de crisis ten onder. Hetzelfde geldt voor onze vaderlandse politici. Want als iets de laatste tijd wel duidelijk is geworden, is dat ook zij failliet zijn. Volledig failliet. Het enige dat ze nog bezitten is politiek opportunisme.

Als het allemaal niet zo treurig was, dan zou je erom kunnen lachen. Neem nu de soap rond de langstudeerboete. Studenten die vanaf 1 september 2012 meer dan een jaar vertraging hebben opgelopen tijdens hun bachelor- of masterstudie, moeten op grond van die maatregel ruim € 3000 per jaar extra gaan betalen. Met de maatregel had de Kamer al in 2011 ingestemd. Maar opeens wilde een meerderheid van diezelfde Kamer weer af van die boete. Opeens? Nou ja, in de aanloop naar de verkiezingen kunnen partijen daar natuurlijk lekker makkelijk mee scoren. Dus weg met die boete, riep een politieke meerderheid. Maar oeps, de politieke hardtoeters hadden niet lang genoeg gestudeerd op de langstudeerboete, want ze bleken geen alternatief te hebben voor de al ingeplande opbrengst van € 400 miljoen. Dit stukje politiek opportunisme ontplofte dan ook in hun eigen politieke gezicht. Het was een genante vertoning.

Tussen alle commotie door vroeg ik een lanterfanterende student of hij niet bang was om een langstudeerboete te krijgen. “Nee hoor,” antwoordde hij, “ik studeer hooguit een kwartiertje per dag, dus niemand kan beweren dat ik lang studeer.” Ik geef toe, het is een doordenkertje, maar dat heb je nu eenmaal met studenten.

Politiek opportunisme. Ik word er moe van. Neem nu de forensentax. Ik schreef er al eerder over. Komt-ie-wel of komt-ie-niet? Nou, ik ben bang van wel. Want partijen kunnen nu wel roepen dat ze ervan af willen, maar hebben ze een budgettair voldoende toereikend alternatief voor handen? Precies, ik bedoel maar.

Over het negatieve netto-effect van de forensentax en de bijbehorende arbeidsrechtelijke problemen berichtte ik al eerder. Zie mijn blog: in het land van het Lente-akkoord. Maar er is nog een ander effect.

De reiskostenvergoeding die een werknemer krijgt voor zijn woon-werkverkeer is namelijk straks ook premieloon voor de werknemersverzekeringen en daarmee automatisch ook uitkeringsloon. Oftewel, de werknemer is straks ook verzekerd tegen de derving van zijn reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer. Dat houdt in dat een werkloze werknemer, zonder woon-werkverkeer en dus ook zonder kosten voor woon-werkverkeer, van het UWV een vergoeding gaat ontvangen - als onderdeel van zijn WW-uitkering - voor reiskosten die hij niet heeft. Kan het gekker?

Dit effect treedt op doordat het uitkeringsloon zowel qua hoogte als samenstelling gelijk is aan het premieloon. Dat komt door het zogeheten equivalentiebeginsel: er wordt alleen premie geheven over het deel van het loon dat tegen derving verzekerd is. Heel lang was het uitkeringsloon daarbij leidend, oftewel, de wetgever keek eerst welke loonelementen volgens hem verzekerd dienden te zijn tegen het risico van verlies als gevolg van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Op grond van het equivalentiebeginsel werd vervolgens dan ook alleen over die loonelementen premie geheven.

Door de voortschrijdende uniformering van het loonbegrip is dit uitgangspunt echter verlaten. Het premieloon voor de werknemersverzekeringen volgt tegenwoordig het loonbegrip voor de loonheffing en niet langer het uitkeringsloon. De rollen zijn dus omgedraaid. Het loonbegrip voor de loonheffing is nu leidend voor zowel premie- als uitkeringsloon. Kortom, een loonbegrip voor een heffing naar draagkracht (loonheffing) bepaalt de samenstelling van het tegen derving verzekerde loon. Tja, dan krijg je dit soort rare gevolgen.

Maar van de andere kant, als we in dit tempo doorgaan, dan hebben we binnenkort meer uitkeringsgerechtigden dan werknemers en is voor deze steeds groter wordende groep pechvogels een hogere uitkering natuurlijk wel een mooie meevaller. Wat dat betreft: elk nadeel heb z’n voordeel!

Voor degenen die (nog wel) een baan hebben kent de forensentax echter geen voordelen. Integendeel. Niet alleen leidt de forensentax tot een lager nettoloon, maar ze kan ook consequenties hebben voor het recht op huur- en/of zorgtoeslag. Immers, als de reiskostenvergoeding niet langer is vrijgesteld van heffing, dan wordt het fiscale loon hoger en daarmee ook het verzamelloon, dat op zijn beurt dient als criterium voor de inkomensafhankelijke toeslagen. Het zou dus maar zo kunnen dat een werknemer door de forensentax ook nog eens een toeslag geheel of gedeeltelijk kwijtraakt.

De forensentax kan voor werknemers met een reiskostenvergoeding dus buitengewoon ingrijpende gevolgen hebben. Zo ingrijpend, dat dezelfde partijen die een maand of 4 geleden nog trots als een pauw riepen dat ze hun verantwoordelijkheid hadden genomen en niet waren weggelopen voor harde beslissingen, nu om het hardst roepen dat de forensentax van tafel moet!

Politiek opportunisme. Het is te triest voor woorden, maar wat doe je eraan? Welnu, mijn buurman heeft een simpele oplossing voor handen: we moeten ons gewoon aansluiten bij Duitsland! We zijn er sowieso economisch afhankelijk van, het spaart de kosten van Kamerleden, ministers en staatssecretarissen uit en last but not least, we kunnen met voetbal dan ook niet meer van ze verliezen!

Ik moet toegeven, het is een aantrekkelijke gedachte. Nooit meer van Duitsland verliezen. Wie kan daar nou op tegen zijn? Nou, vooruit, zullen we dat dan maar doen?

Han Bakker – MBZ Consultancy


Voor meer blogs van Han Bakker, klik hier
U kunt alleen op dit artikel reageren indien u bent ingelogd

Ideale werving en selectie voor de salarisadministratie

 

Al 10 jaar lang dé partner binnen salarisadministratie

Met opleidingen helpen we salarisprocessen te verbeteren