Salarisprofs

Pensioen en het keurslijf van de omkeerregel

Han Bakker 2-6-2014 14:32
Categorieën: Loon- en premieheffing
Pensioen is uitgesteld salaris. Dat zei een pensioendeskundige tegen een zaal vol toehoorders. Pensioen is uitgesteld salaris.

Kijk, daar heb je nou wat aan! Dat is een duidelijk statement. Misschien niet helemaal wetstechnisch juist geformuleerd, maar we begrijpen de boodschap. Je hebt er als werknemer al voor gewerkt, je hebt het geld al verdiend. Zowel een stukje van je eigen loon als de arbeidsrechtelijk overeengekomen bijdrage van de werkgever worden opzij gezet, in een pensioenregeling, om daar op een later tijdstip gebruik van te kunnen maken. Kortom: alles staat straks klaar voor een onbezorgde oude dag. Er hoeft alleen nog maar belasting over te worden betaald.

Zo simpel zou het moeten zijn. Maar zo simpel is het dus niet. Allesbehalve. Ik ben in de afgelopen maand naar twee pensioenbijeenkomsten geweest en als je al het idee had dat je er wat van snapte, nou, dan ben je gauw genezen. Het is volkomen begrijpelijk dat het merendeel van onze bevolking het onbegrijpelijk vindt en geen flauw benul heeft hoe het met zijn of haar pensioen is gesteld.

Ik denk overigens dat ook veel zogeheten pensioendeskundigen het totale overzicht niet hebben. Elke specialist weet ongetwijfeld heel veel over een stukje van het hele proces van inleg tot uitkering en alles wat daarbij komt kijken, maar ik vraag me echt af of er veel mensen zijn die het hele traject volledig overzien en begrijpen.

Schimmig
De pensioeninrichting in Nederland is een toch wat schimmige aangelegenheid, waarbij heel veel partijen zijn betrokken. Werknemers natuurlijk en ook werkgevers. Daarnaast de pensioenfondsen, de OR, vakbonden. En uiteraard de overheid: laten we vooral de overheid niet vergeten.

De slotspreker op het eerste seminar dat ik bijwoonde, een bijzonder hoogleraar met heel veel titels voor zijn naam - dus dan zal hij wel deskundig zijn, maar ja, wie kan dat eigenlijk nog beoordelen? - vroeg de zaal wie naar onze mening het meest van de nieuwe pensioenregels zou profiteren. De meningen bleken verdeeld. Sommigen meenden de werkgever, anderen de werknemer en weer anderen noemden de overheid als grootste profiteur. Ik geef toe, meestal klopt dat laatste wel, maar in dit geval lag dat kennelijk toch anders. Want volgens de professor zijn het de juristen, en dan met name de arbeidsjuristen, die het meest zullen profiteren van alle veranderingen van ons pensioenstelsel.

Arbeidsvoorwaarden
De reden is simpel. Doordat de fiscale spelregels zijn aangepast, wordt de fiscaal toegestane jaarlijkse opbouw van ons pensioen lager, hetgeen gevolgen heeft voor pensioenregelingen die gebruik maken van die maximaal toegestane opbouw. Voor een pensioenregeling gebaseerd op het middelloonsysteem bedroeg de maximale jaarlijkse opbouw in 2013 nog 2,25% van het loon. In 2014 mag die opbouw nog maar 2,15% zijn en in 2015 nog maar 1,875%. En over de volgende fiscale aanpassing (lees: verlaging) wordt al weer nagedacht.

Doordat de fiscaal toegestane maximale opbouw van ons pensioen wordt verlaagd, kunnen de pensioenregelingen niet meer zo ‘riant’ zijn als voorheen. De overheid bestrijdt die visie overigens. Die stelt dat omdat we allemaal langer (moeten) werken, we meer jaren hebben om ons zelfde ‘riante’ pensioen op te kunnen bouwen. Oftewel, de jaarlijkse opbouw van ons pensioen kan volgens haar dus best wat omlaag. Sterker, moet omlaag, want als gevolg van de fiscale omkeerregel is de pensioeninleg van de werknemer aftrekbaar en de werkgeversbijdrage onbelast. Kortom, een (te) hoge jaarlijkse pensioenopbouw kost de overheid anno nu veel belastingopbrengsten.

Wel of niet riant, feit blijft dat doordat de fiscaal toegestane jaarlijkse opbouw wordt beperkt, onze pensioenregelingen dienen te worden aangepast teneinde aan de voorwaarden voor de omkeerregel te kunnen blijven voldoen. En dat heeft consequenties voor de arbeidsvoorwaarden. Want werkgever en werknemer waren veelal een betere pensioenopbouw overeengekomen dan de fiscale wetgever nu toestaat. Dus dat wordt praten en overleggen. Want wat betekent de – fiscaal verplichte – lagere pensioenbijdrage van de werkgever voor de arbeidsvoorwaarden? De werknemer lijdt verlies als die bijdrage omlaag gaat, dat is wel duidelijk. Maar waar heeft hij recht op? Moet de werkgever het verschil alsnog uitbetalen en zo ja, bruto of netto? Wie het weet, mag het zeggen.

Dat zijn dan waarschijnlijk die dure arbeidsrechtspecialisten, waar de professor het over had. Die kosten handenvol geld en zodra het werk klaar is, komt de overheid met de volgende aanpassing van het fiscale kader (opbouw moet nog verder omlaag want - guess what - we moeten nog langer doorwerken, want volgens een tegen die tijd – hoe toevallig - te verschijnen ‘onafhankelijk’ onderzoek blijken we – guess what - toch weer ouder te worden dan nu gedacht) en hoppa, het kostbare spel gaat weer opnieuw beginnen. Nieuwe aanpassingen, nieuwe overlegronden, nieuwe juridische haarkloverijen, nieuwe winsten voor degenen die hier beroepsmatig mee bezig zijn.

Fiscale keurslijf afwerpen
Een heel gedoe derhalve, een heel terugkerend circus en allemaal in gang gezet doordat elke keer opnieuw de fiscale spelregels worden aangepast. Het keurslijf van de omkeerregel! Niet nu belasting betalen, maar pas straks. Tjongejonge, wat een fiscale faciliteit! Zeker als je een kijkje neemt in het rapport van de belastingadviescommissie Van Dijkhuizen, waarin wordt voorgesteld dat gepensioneerden straks 17,9% meer belasting gaan betalen, ter compensatie van hun ‘ontheffing’ van betaling van AOW-premie. Wat blijft er dan nog over van het voordeel van de omkeerregel?

Wat mij bij de vraag brengt: Is de omkeerregel eigenlijk al deze ellende wel waard?

Oftewel, kunnen we nou niet vanaf 2015 of 2016 of 2017 of vanaf wanneer dan ook, gaan starten met nieuwe pensioenregelingen, waarin we gewoon netto gaan sparen voor ons pensioen? Voor ons maandelijks besteedbaar inkomen maakt het niet uit of ons ‘uitgestelde salaris’ netto of bruto wordt geparkeerd in een pensioenregeling. Maar de pensioenregelingen in Nederland zijn dan wel verlost van het politiek geïndiceerde fiscale keurslijf en sociale partners kunnen dan weer zelf bepalen hoe hun pensioenregelingen eruit komen te zien.

Voor de veelverdieners onder ons (meer dan € 100.000) wordt netto pensioensparen in 2015 al de enige mogelijkheid voor het boven-de-ton-deel. Maar waarom passen we dit niet voor iedereen toe? Vanaf de eerste euro?

Wie o wie?
Ik deelde mijn gedachte met één van de deskundige sprekers. Hij schudde nog net niet z’n hoofd, maar het scheelde niet veel. Als we dat zouden doen, zei hij, zou Nederland gauw failliet zijn. Hij zal ongetwijfeld gelijk hebben, want hij is deskundig en ik niet, maar toch, ik begrijp het niet.

Dus wie helpt? Wie legt mij uit waarom we perse bruto moeten sparen voor ons pensioen? Omdat brutosparen meer rendement genereert dan nettosparen? Da’s waar, maar er gaat ook veel meer belasting van af dan de 1,2% rendementsheffing van box 3. En het lijkt me dat die rendementsheffing eventueel ook best jaarlijks collectief en forfaitair afgekocht zou kunnen worden door de pensioenfondsen, zodat gepensioneerde een zuiver nettopensioen tegemoet kunnen zien.

Of zijn we bang dat de overheid straks toch weer opnieuw belasting gaat heffen over onze netto bijeengespaarde pensioenuitkeringen? Of kan het om een andere reden niet?

Wie o wie legt het me uit?

Han Bakker – MBZ Consultancy

blog_image:profsg_1401712907538c710b8dfe3.jpg:end_blog_image

Voor meer blogs van Han Bakker, klik hier

Reageer

Ideale werving en selectie voor de salarisadministratie

 

Al 10 jaar lang dé partner binnen salarisadministratie

Met opleidingen helpen we salarisprocessen te verbeteren