Salarisprofs

Gaat het donderen en knetteren in 2015?

Han Bakker 29-12-2014 11:43
Categorieën: Loon- en premieheffing

De titel van mijn vorige blog luidde: Loonstrook 2015: Kamerleden stel uw vragen NU! Ik riep onze volksvertegenwoordigers op om vragen te stellen over het dreigende verlies van arbeidskorting voor mensen met een laag loon. Op de loonstrook dan, want op grond van de inkomstenbelasting (IB) behouden zij wel hun recht. Maar daarvoor moeten ze dan wel eerst aangifte IB doen en ergens een jaar later krijgen zij dan alsnog hun zuurverdiende arbeidskortingeurootjes. Maar is dat nu écht de bedoeling?

Het werd dus hoog tijd voor onze parlementariërs om hierover kritische vragen te stellen. Het gaat immers om onze laagst betaalden. De zwakkeren in de samenleving. Mensen die je in bescherming moet nemen. En het moet gezegd: mijn oproep - en die van anderen - is gehoord! Inderdaad. De Kamervragen zijn er gekomen! Nou ja, één Kamervraag dan. Van één heel Kamerlid, te weten – ere wie ere toekomt – Geert Reuten van de SP. Zijn vraag kwam helemaal op het einde van het debat – oja, er ligt nog een vraag – nog even aan bod. Maar toch, de vraag is gesteld en staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft ‘m beantwoord. En hoe!

Systeem kan het niet aan
Wiebes legt de vinger exact op de zwerende plek. Het ligt aan de systematiek! We hebben een systeem dat maar een beperkt aantal dingen aan kan. En daar hoort een juiste verwerking van de op- en afbouw van heffingskortingen in de loonheffing niet bij. Het gaat volgens Wiebes altijd een beetje mis bij bijzondere beloningen, waardoor er of te weinig of te veel heffingskorting wordt betaald. En omdat het parlement niet wil dat - net als in 2015 – van de mensen geld moeten worden teruggevraagd, is er nu voor gekozen om ze liever te weinig dan te veel heffingskorting te geven. Via een aangifte IB kunnen mensen die te weinig korting hebben ontvangen dit - een jaar later - alsnog krijgen.

Ik moet zeggen dat ik hier even stil van ben.

In de eerste plaats maakt Wiebes hier heel duidelijk dat de door de politiek gekozen methode van nivelleren – via inkomensafhankelijke heffingskortingen - systeemtechnisch niet voldoende goed uitvoerbaar is in de loonheffing. In de tweede plaats accepteert hij ogenschijnlijk probleemloos dat daardoor in 2015 het nettoloon van de groep laagst betaalden omlaag gaat. En dat om maar te voorkomen dat er in 2016 een terugvordering moet plaatsvinden. Hallo, denk ik dan, wat gebeurt hier allemaal?

Stug door
Om het doel van het kabinet (nivellering) te bereiken is een methode gekozen, die tot precies het tegenovergestelde leidt: de laagste inkomens gaan er in 2015 op achteruit in plaats van op vooruit! Het wordt geconstateerd in ons parlement en vervolgens wordt er niets aan gedaan. Tja, we hebben nu eenmaal gekozen voor deze nivelleringswijze. Tja, het systeem kan het nu eenmaal niet aan. Tja, maar ze krijgen het alsnog een jaar later via de IB. Tja, tja, tja! Verdraaid dames en heren Kamerleden, u zit daar niet op dansles! U moet de belangen van het volk vertegenwoordigen!

En waarom is deze staatssecretaris van Financiën niet bang voor de publicitaire hel die dreigt los te barsten als de eerste loonstroken van 2015 op de deurmat vallen? Kan het zijn omdat hij van VVD-huize is en voorziet dat de woede zich op de PvdA zal richten? Of neemt hij aan dat het allemaal wel zal meevallen, omdat het nettoverlies niet - of minder - zichtbaar zal zijn, dankzij de lagere pensioenpremies volgend jaar?

Hoe het ook zij: de vraag is gesteld, het antwoord is gegeven, niemand in Den Haag kan meer duiken: het is nu afwachten wat er gaat gebeuren. Of het gaat donderen en knetteren in januari. Ik ben benieuwd!

AOW-leeftijd in 2016 verder omhoog
Op het scheiden van de markt – prachtig toch, zo’n oud Hollands gezegde – werd ons parlement nog ‘verblijd’ met het wetsvoorstel Versnelde verhoging AOW-leeftijd. Vanaf 2016 moet die leeftijd versneld omhoog naar 67 jaar in 2021 (nu: in 2023). Of de dames en heren dat nog even snel, voor 1-1-2015, erdoorheen wilden jassen.

Volgens het regeerakkoord is een voorbereidingstijd van 5 jaar noodzakelijk, maar dat geldt alleen voor de nog verdere verhoging van de leeftijd straks, in 2021 of 2023. Voor deze tussentijdse, versnelde verhoging gelden kennelijk andere normen. Blijkbaar gaat het kabinet ervan uit dat mensen die al heel dicht bij hun pensioen zitten, zich veel beter en sneller kunnen voorbereiden op een nog verder uitgestelde AOW dan mensen die tenminste 5 jaar voorbereidingstijd hebben.

Of zou het kabinet misschien menen dat deze tussentijdse verhoging slechts een marginale impact heeft op de mensen op wie het betrekking heeft? Hm, laten we eens kijken.

Extra wachttijd
Neem Anneke. Anneke is geboren op 1-5-1952. Ze zou oorspronkelijk AOW-gerechtigd worden op 1-5-2017. Door de reeds geëffectueerde verhoging geldt in 2017 dat je pas AOW krijgt op een leeftijd van 65 jaar en 7 maanden. Anneke moet nu dus wachten tot 1-12-2017.

Als het nu ingediende wetsvoorstel wordt aangenomen geldt in 2017 een AOW-leeftijd van 65 jaar en 9 maanden. Anneke bereikt die leeftijd pas op 1-2-2018. In 2018 geldt echter een AOW-gerechtigde leeftijd van 66 jaar, zodat Anneke pas op 1-5-2018 haar AOW zal ontvangen. Oftewel, het voorliggende wetvoorstel verschuift haar AOW –gerechtigde leeftijd met maar liefst 5 maanden! Kan het erger? Ja hoor: iemand die geboren is in maart 1953 moet maar liefst 7 maanden langer wachten op zijn of haar AOW! En bent u geboren in mei 1954? Oeps, u krijgt uw AOW zelfs 9 maanden later!!

En zo’n wetsvoorstel moet er maar even snel doorheen worden gejast? Omdat het stelsel anders niet meer houdbaar is? Kom op zeg! Dat laatste is trouwens nog maar de vraag, want de economische situatie van nu is een geheel andere dan die van 2 jaar geleden, toen het regeerakkoord werd gesloten. Tenminste, dat krijgen we steeds te horen. Dat het economisch beter gaat. Maar los van dit alles: is het echt moreel - en ook anderszins - gerechtvaardigd om dit soort draconische maatregelen los te laten op ouderen die vlak voor hun pensionering staan? De vraag stellen is ‘m beantwoorden.

Ik ben echt benieuwd hoe het met dit wetsvoorstel zal aflopen. Zal het parlement hier zonder slag of stoot mee akkoord gaan? Of zal het kabinet weer trucs uit de kast moeten halen om het eigen gelijk er doorheen te kunnen drukken? Zoals bijvoorbeeld een nieuw, objectief, wetenschappelijk onderzoekje. Of misschien een algemene maatregel van bestuur. Dit kabinet is – zo weten we inmiddels - er creatief genoeg voor.

Gaat het donderen en knetteren?
Al met al ben ik dus benieuwd of het gaat donderen en knetteren in 2015 en zo ja, wanneer en hoe hard. In elk geval zal dat zeker over een paar dagen het geval zijn, aan het begin van het nieuwe jaar.

Ik wens iedereen een hele goede jaarwisseling toe (denk aan uw vingers!) en een gelukkig en gezond 2015.

Tot volgend jaar!

Han Bakker – MBZ Consultancy

blog_image:profsg_141985017754a131c178cfa.jpg:end_blog_image

Voor meer blogs van Han Bakker, klik hier

Reacties (1)

Rene Musters 30-12-2014 15:50

Beste Han,

Ik snap dat je stil wordt van de antwoorden van Wiebes. We zijn immers gewend dat een Staatssecretaris om de hete brij heen draait, maar dat doet Wiebes dus niet. Hij kaatst de bal terug naar de politiek. De regelingen zijn te ingewikkeld voor de verouderde systemen van de Belastingdienst.

De bal ligt dus bij de politiek om de regelingen weer simpeler te maken, maar een zichtbare belastingverhoging ligt natuurlijk politiek erg gevoelig.

Prettige jaarwisseling en het beste voor 2015.

Groet, René

Reageer

Ideale werving en selectie voor de salarisadministratie

 

Al 10 jaar lang dé partner binnen salarisadministratie

Met opleidingen helpen we salarisprocessen te verbeteren